Leerders zijn dol op uitdrukkingen omdat ze aanvoelen als insiderkennis. Ze zijn ook de snelste weg om raar te klinken, want een uitdrukking net verkeerd gebruiken valt veel meer op dan een gewone zin met een grammaticafout.
Begrijpen is dringend; gebruiken niet
Je komt in spraak en film voortdurend uitdrukkingen tegen, en er één niet kennen kan een heel gesprek laten ontsporen. Daarom telt herkenning echt vanaf vroeg. Produceren is iets anders. Een gewone zin kan altijd; een verkeerd ingeschatte uitdrukking landt scheef, en je komt er zelden achter dat dat gebeurde.
Wat er misgaat is het register
Het meeste jargon hoort bij een leeftijdsgroep, een streek en een mate van vertrouwelijkheid. Een tienerzin op kantoor, of een streekuitdrukking in de verkeerde stad, leest als een fout over de situatie, niet over de taal. Wacht tot je een uitdrukking van meerdere verschillende mensen hebt gehoord voor je hem zegt. Wie hem zegt vertelt je meer dan wat hij betekent.
Leer die met functie, niet die met kleur
Vroeg nuttig: de alledaagse stopwoorden en verzachters die in elk gesprek opduiken — equivalenten van hoe dan ook, trouwens, ik bedoel, een beetje, tenminste. Technisch idiomatisch en echt werkpaarden. Rustig laten liggen: kleurrijke metaforen over dieren en lichaamsdelen. Leuk om te verzamelen en vrijwel nooit de zin die je nodig hebt.
Verzamel ze bij mensen, niet uit lijstjes
Lijstjes met “50 uitdrukkingen die moedertaalsprekers echt gebruiken” staan vol gedateerde, regionale of simpelweg voor het lijstje verzonnen wendingen. Een uitdrukking die je deze week hoorde is een veiliger gok dan al die andere. Noteer waar je hem hoorde en wie hem zei. Die context vertelt je wanneer je hem kunt gebruiken.
Streef naar breed begrijpen en smal produceren. Herken alles wat je hoort, en zeg alleen wat je meerdere echte mensen hebt horen zeggen.