Je hoort een zin, zet hem om, bedenkt een antwoord in je eigen taal, zet dat terug — en inmiddels is het gesprek verder. Iedereen doet dit in het begin. Het houdt niet op door wilskracht, maar doordat bepaalde zinnen sneller bereikbaar worden dan de vertaling.
Vertalen is een fase, geen fout
In het begin is het de enige route die je hebt, en hij werkt. Hij wordt pas een probleem als de route zelf trager is dan het gesprek. Jezelf opdragen te stoppen helpt niets, want de vertaling is wat je hebt en de directe versie precies wat je niet hebt.
Bouw directe verbindingen voor wat je het vaakst zegt
Sommige zinnen horen geen tussenstap te hebben: begroetingen, hoe je zegt dat je het niet begrijpt, hoe je om herhaling vraagt, de twintig zinnen die je in elk gesprek produceert. Drill die hardop tot ze reflex zijn, tot de vreemde versie eerder komt dan die in je eigen taal. Elke geautomatiseerde zin is er één die de vertaler nooit meer ziet.
Koppel woorden aan dingen, niet aan woorden
Leer je het woord voor een voorwerp, kijk dan naar het voorwerp. Leer je een werkwoord, beeld het uit. Het doel is een band tussen woord en wereld, niet tussen twee woorden. Daarom verslaan plaatjes tweetalige lijsten bij concrete woordenschat, en daarom werkt de taal gebruiken tijdens iets lichamelijks zo goed.
Merk het op, vecht er niet tegen
Betrap je jezelf op vertalen, dan is dat een signaal over welke structuur nog niet automatisch is, geen gebrek aan discipline. Schrijf de zin op die je aan het bouwen was. Die lijst is het materiaal voor je volgende sessies. Het vertalen wijst precies aan wat je moet drillen.
Je stopt niet met vertalen door het te besluiten. Je stopt wanneer genoeg van wat je nodig hebt sneller in de doeltaal komt dan in je eigen taal.