Het standaardadvies is een gesprekspartner zoeken. Goed advies, dat vanavond niets oplost, als je twintig minuten hebt en niemand om ze aan te besteden. Het meeste van wat spreekoefening je oplevert kun je alleen doen.
Beantwoord vragen die niemand stelde
Neem een gewone vraag — wat deed je vandaag, hoe ziet je huis eruit, waarom dit werk — en beantwoord hem zestig seconden hardop. Beantwoord hem daarna nog eens, beter. In de tweede poging zit het leren. Je weet al wat je wilde zeggen; nu los je op hoe.
Vertel terwijl je handen bezig zijn
Koken, lopen, opruimen: beschrijf in de taal wat je doet terwijl je het doet. Het is ongelikt en het bouwt precies de reflex die je nodig hebt: taal produceren terwijl je aandacht elders is. Je loopt voortdurend tegen ontbrekende woorden aan. Noteer er twee of drie, zoek ze later op, laat de rest.
Repeteer de gesprekken die je echt gaat voeren
Ga je eten bestellen, repeteer dan het bestellen. Zeg jouw helft hardop, stel je het antwoord voor, reageer. Gerepeteerde situaties zijn de situaties die soepel gaan als ze echt komen. Zo ontdek je ook dat je het vocabulaire hebt maar de openingszin niet.
Neem jezelf één keer per week op
Praat twee minuten, luister één keer terug. Het is ongemakkelijk en het is de eerlijkste feedback die er zonder ander mens is: je hoort de aarzelingen, de herhaalde stopwoorden en de zinnen die nergens uitkwamen. Bewaar de opnames. Maand drie tegen maand één is het duidelijkste bewijs van vooruitgang dat je krijgt.
Wat alleen oefenen niet geeft, is het onvoorspelbare antwoord — het moment dat iemand iets zegt waar je niet op rekende. Daarvoor heb je uiteindelijk een mens nodig, of een tutor die terugpraat. Al het andere bouw je zelf, vanavond.